direct naar inhoud van 3.3 Provinciaal en regionaal beleid
Plan: PB00020MEERPAALZD-VAST
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0321.PB00020MEERPAALZD-VAST

3.3 Provinciaal en regionaal beleid

Onder de vorige Wet op de Ruimtelijke Ordening is het Streekplan 2005-2015 opgesteld. In het Streekplan staat de gewenste ontwikkeling in een gebied of regio. Op 1 juli 2008 is de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening vervangen door de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro). De provincie heeft op basis van de Wro instrumenten ter beschikking om belangen van de provincie te borgen en te realiseren. Met deze instrumenten kan de provincie haar ontwikkelings- en uitvoeringsrol beter uitvoeren. De Wro gaat uit van het begrip 'provinciaal belang'. Met het oog daarop is het Streekplan 2005-2015 'Wro- proof' gemaakt. Zodoende kan na het ingaan van de Wro slagvaardig de structuurvisie Utrecht 2005-2015 als beleidskader blijven worden toegepast. Opgemerkt dient wel te worden dat de provincie Utrecht momenteel bezig met het opstellen van een nieuwe provinciale structuurvisie. De nieuwe structuurvisie zal naar verwachting eind 2011 ter inzage worden gelegd en in 2012 definitief worden vastgesteld. Deze nieuwe structuurvisie beschrijft de provinciale visie van 2013 tot 2025.

De structuurvisie 2005-2015 beschouwt de as Utrecht-Houten-Culemborg-Den Bosch als ontwikkelingsrichting. Ondanks de sterke groei heeft het stadsgewest zijn menselijke maat behouden. Het beleid van gebundelde verstedelijking heeft daaraan bijgedragen. Exponenten van dit consistente ruimtelijk beleid zijn onder andere Houten en Houten-Zuid.

De structuurvisie ziet de zone langs het Amsterdam-Rijnkanaal nabij bedrijventerrein De Meerpaal als een gebied, dat goed past in de stedelijke structuur van Houten. Het is van strategisch belang voor mogelijke functieveranderingen op wat langere termijn en moet vooralsnog als reservegebied worden gezien. Het gebied ligt vooralsnog buiten de rode contour en is aangewezen als landelijk gebied 1. Dit is landelijk gebied dat grenst aan stedelijk gebied met een stedelijke invloed door een afwisseling van (dag)recreatieterreinen, recreatief groen, fiets- en wandelpaden, begraafplaatsen, volkstuincomplexen, maneges, sportvelden, agrarisch gebruik, incidenteel tuinbouw en kleine natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De ontwikkeling ten behoeve van een sportfunctie is mogelijk binnen het landelijk gebied 1.