direct naar inhoud van 6.4 Handhaving bestemmingsplan
Plan: Loerik III Noord
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0321.0320LOERIK3NRD-ONTW

6.4 Handhaving bestemmingsplan

Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan, is het met name van belang dat bouwplannen worden getoetst aan de regels van dit bestemmingsplan. Vervolgens is de handhaving hiervoor van belang. Mede om de handhaving goed te laten verlopen, zijn de regels van het bestemmingsplan helder opgesteld. In deze paragraaf wordt nader toegelicht hoe de (achterliggende) plannen en regels in het voorliggende bestemmingsplangebied (juridisch gezien) het beste nageleefd kunnen worden.

Landelijke regels

De wetgever heeft inmiddels aanvullende ruimere mogelijkheden aan de bewoners en bouwers gegeven als het gaat om het vergunningsvrij bouwen. Daarbij is een ontwikkeling zichtbaar waaruit blijkt dat de rijksoverheid maar ook de gemeente op detailniveau meer verantwoordelijkheid over gaat laten aan bewoners en ondernemers. Zo is op gemeentelijk niveau in juni 2011 de vernieuwde Welstandsnota van de gemeente Houten vastgesteld, die van toepassing is bij zogenoemde excessen: zaken waaraan een groot deel van de mensen zich ergert.

Lokale plannen

Naast het bestemmingsplan, is een beeldkwaliteitsplan van belang. De beeldkwaliteitsplannen zijn alleen in het ontwikkelstadium een sturingsinstrument. In de beheerfase heeft het vooral een stimulerende en voorlichtende functie als ontwikkelingen passen in het bestemmingsplan. Als een ontwikkeling niet past binnen het bestemmingsplan, dan zal het worden getoetst aan het bestaande beeldkwaliteitsplan.

Verplicht parkeren nu

Situaties van beoogd verplicht parkeren zijn lastig handhaafbaar. Privaatrechtelijke handhaving op basis van het gestelde in de koopovereenkomst is namelijk niet toegestaan, indien dit publiekrechtelijk geregeld wordt of kan worden. En dat laatste is de laatste jaren gebeurd. Met de wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en destijds ook de Woningwet zijn de mogelijkheden om vergunningsvrij te bouwen immers erg verruimd. De regels voor vergunningsvrij bouwen prevaleren boven de koopovereenkomst en ook boven het bestemmingsplan. Bij vergunningsvrije bouwwerken is handhaving op basis van de overeenkomst en het bestemmingsplan dus niet mogelijk. Het aanpassen van allerlei bestemmingsplannen om deze als handhavingsinstrument in te zetten en om meer zekerheden / grondslagen in de bestemmingsplannen in te kunnen bouwen past bovendien niet binnen het dereguleringsbeleid. De enige kapstok is wellicht de op basis van geactualiseerde bestemmingsplannen verleende omgevingsvergunningen met daarin opgenomen handhaafbare voorwaarden inzake (verplicht) parkeren, maar ook dan is het nog maar de vraag of de mensen hun auto daadwerkelijk gaan parkeren op de in stand gehouden parkeerplaats.

Verplicht parkeren

Voor toekomstige ontwikkelingen is het mogelijk in het bestemmingsplan de parkeernorm op te nemen of een verwijzing op te nemen naar een stuk waaruit de parkeernorm blijkt. Bij de vergunningverlening zal dan als voorwaarde (kunnen) worden opgenomen, dat er parkeren op eigen terrein moet plaatsvinden. En als vangnet kan er in het bestemmingsplan een gebruiksverbod worden opgenomen.

In onderhavig bestemmingsplan is ten eerste opgenomen, dat bij de twee-onder-één-kap woningen ten minste één parkeerplaats op eigen terrein moet wroden gerealiseerd. De locatie hiervan is aangegeven.

Daarnaast is in de algemene gebruiksregels opgenomen, dat er voldoende parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd en gehandhaafd, waarbij tevens de toe te passen parkeernormen zijn aangegeven. De toekomst zal uitwijzen of dit in de praktijk beter gaat werken dan de huidige regeling, maar de verwachting is dat dit beter handhaafbaar zal zijn.