direct naar inhoud van 4.3 Railverkeerslawaai
Plan: Loerik III Noord
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0321.0320LOERIK3NRD-ONTW

4.3 Railverkeerslawaai

Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de spoorlijn door Houten. In het kader van de Wet geluidhinder dient daarom akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3.

Normstelling

In de Wet geluidhinder is vastgelegd dat voor geluidsgevoelige bestemmingen een voorkeursgrenswaarde van 55 dB geldt, ten gevolge van railverkeerslawaai. In beginsel dient aan deze waarde te worden voldaan. Wanneer de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden beschouwd.

De prioriteit die de Wet geluidhinder geeft aan geluidsreducerende oplossingen is als volgt:

  • bronmaatregelen, zoals wegdekmaatregelen of raildempers;
  • overdrachtsmaatregelen, zoals het vergroten van de afstand tussen de woning en de (spoor)weg, toepassing schermen en wallen;
  • ontvangermaatregelen, zoals toepassing van gevelwering of ‘dove gevels’, dit zijn gevels zonder te openen delen die grenzen aan een geluidgevoelige ruimte.

Indien geluidsreducerende maatregelen onvoldoende effect sorteren, danwel overwegende bezwaren ontmoeten vanuit bijvoorbeeld technische, verkeerskundige of stedenbouwkundige aard, kan ontheffing worden aangevraagd voor een hogere waarde. Er geldt voor railverkeerslawaai een maximale ontheffingswaarde van 68 dB.

Gemeentelijk geluidbeleid

De gemeente Houten heeft voor de periode 2008-2013 een gemeentelijk geluidsbeleidsplan opgesteld. Hierin wordt uitgegaan van grenswaarden per gebiedstype. Voor plangebied Loerik III Noord is het gebiedstype ‘wonen’ toegekend. Het gemeentelijk beleid kent voor dit gebiedstype normen die strenger zijn dan gesteld in de Wet geluidhinder. Voor railverkeerslawaai geldt een bovengrens van 63 dB.

Onderzoek

Uit het onderzoek in bijlage 3 blijkt dat er sprake is van een verhoogde geluidbelasting op de gevels van de te realiseren woningen. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai wordt, als er geen geluidsreducerende maatregelen worden getroffen, ruim overschreden. Om het geluid op de gevels van de woningen sterk te reduceren wordt het bestaande geluidscherm met 55 meter, in zuidelijke richting, verlengd. Hierdoor wordt de geluidsbelasting aanzienlijk verminderd. Er is hierdoor geen sprake meer van een overschrijding van de uiterste grenswaarde. Door de aanleg van het geluidscherm zal het geluidsniveau ter hoogte van de begane grond / tuinniveau van de woningen de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder (55 dB) op twee punten minimaal overschrijden (56 dB). Ter hoogte van de tweede en derde bouwlaag van de woningen zal de geluidbelasting op de gevel hoger zijn omdat de invloed van een geluidscherm hier minder is. Op een tweetal punten zal er sprake zijn van een geluidbelasting van 64 dB wat ruim binnen de wettelijke ontheffingswaarde (68 dB) blijft, maar net hoger is dan de grens uit het gemeentelijk geluidbeleid. De gemeente dient af te wegen of er voor deze twee punten afgeweken kan worden van het gemeentelijk geluidsbeleid. Voor wat betreft het geluidsniveau in de woning, de zogenoemde binnenwaarde, zal moeten worden voldaan aan de maximale binnenwaarde van 33 dB.

Omdat, ook na verlening van het geluidscherm, voor enkele woningen de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder (55 dB) wordt overschreden, dient voor deze woningen een ontheffing te worden aangevraagd voor een hogere waarde. Omdat de maximale ontheffingswaarde (68 dB) niet wordt overschreden is een hogere waarde procedure mogelijk.