direct naar inhoud van Artikel 4 Groen
Plan: Doornkade
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0321.0060BPDoornkade-ontw

Artikel 4 Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. een vulpunt lpg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt' op de verbeelding;
  • c. en veiligheidszone lpg, uitsluitend ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidzone lpg' op de verbeelding;
  • d. bruggen en duikers;
  • e. bermen en beplanting;
  • f. straatmeubilair en kunstobjecten;
  • g. loop- en fietspaden;
  • h. voorzieningen van algemeen nut;
  • i. waterlopen en waterpartijen;
  • j. waterberging;
  • k. andere tot de bestemmingen behorende groenvoorzieningen.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
  • b. de maximale bouwhoogte mag 2,5 meter bedragen;
  • c. de maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut mag 30 m² bedragen, indien de bouwwerken een grotere oppervlakte hebben dan 16 m² worden de eigenaren en gebruikers van aangrenzende en nabijgelegen percelen in de gelegenheid gesteld hun bezwaren tegen het voornemen kenbaar te maken, hiertegen staat voor de bedoelde eigenaren en gebruikers beroep open binnen veertien dagen na dagtekening van verzending van kennisgeving;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen- zone onbebouwd' op de verbeelding geldt een zone onbebouwd;

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de maximale hoogte van lichtmasten bedraagt 12 meter;
  • b. overkappingen zijn niet toegestaan;
  • c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter.

4.3 Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:

  • a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.