direct naar inhoud van 4.8 Externe veiligheid
Plan: Woonschepenlocatie Tull en 't Waal
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0321.0160BPWOONSCHEPEN-VAST

4.8 Externe veiligheid

4.8.1 Algemeen

Algemeen
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op 2 maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

De provincie Utrecht heeft aanvullend beleid vastgesteld, bij nieuwe situaties heeft zij de ambitie om er voor te zorgen dat de overlijdenskans maximaal een in de 100 miljoen jaar is (een zogenaamde PR 10-8contour). Dit is een ambitie waar van (gemotiveerd) kan worden afgeweken.

Groepsrisico
Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).

Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met, advies vragen aan, de regionale brandweer.

(Beperkt) kwetsbare objecten
Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants.

Risicovolle activiteiten
In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan.

4.8.2 Conclusie

Volgens de risicokaart van de provincie Utrecht bevindt het plangebied zich in een buitendijksgebied. In het geval van hoog water bestaat de kans dat dit gebied overstroomt. Volgens de risicokaart gelden hier geen planologische beperkingen. In de nabijheid van het plangebied zijn er geen inrichtingen die een gevaar voor de woonschepen opleveren. De Lek is geen transportroute voor gevaarlijke stoffen zoals is vastgelegd in het Basisnet Water en de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Er gelden dan ook geen minimaal aan te houden (veiligheids)afstanden.

Een beoordeling of verantwoording van het groepsrisico hoeft niet plaats te vinden: de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die over de Lek vervoerd wordt is niet of nauwelijks van invloed op het groepsrisico.

afbeelding "i_NL.IMRO.0321.0160BPWOONSCHEPEN-VAST_0010.jpg"  
Afbeelding 10. Uitsnede van de risicokaart.