direct naar inhoud van 3.2 Rijksbeleid
Plan: Woonschepenlocatie Tull en 't Waal
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0321.0160BPWOONSCHEPEN-VAST

3.2 Rijksbeleid

3.2.1 Nota Ruimte

De Nota Ruimte (2004) geeft de visie van het kabinet weer op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen. De nota bevat de ruimtelijke bijdrage aan een sterke economie, een veilige en leefbare samenleving en een aantrekkelijk land. In de Nota Ruimte wordt het nationaal ruimtelijk beleid vastgelegd tot 2020, waarbij de periode 2020 - 2030 geldt als doorkijk naar de lange termijn.

In de Nota Ruimte wordt onderscheid gemaakt in verantwoordelijkheden. Het rijk concentreert zich op die aspecten die van nationaal belang zijn, de nationaal ruimtelijke hoofdstructuur. Voor het gebied dat niet tot de nationaal ruimtelijke hoofdstructuur behoort, beperkt het rijk zich tot het stellen van enkele (algemene) beleidsregels. Hiermee legt het kabinet een grotere verantwoordelijkheid bij decentrale overheden. De uitvoering van het beleid ligt primair bij de gemeenten, terwijl voor de provincies een belangrijke kaderstellende, coördinerende en controlerende taak is weggelegd.

Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat. Meer specifiek richt het kabinet zich hierbij op vier algemene doelen:

  • Versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland;
  • Bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland;
  • Borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden;
  • Borging van de veiligheid.

Om deze doelen te bereiken wil het rijk verstedelijking en infrastructuur zoveel mogelijk bundelen in nationale stedelijke netwerken, economische kerngebieden en hoofdverbindingsassen. ‘Bundeling van verstedelijking en infrastructuur’ en ‘organiseren in stedelijke netwerken’ zijn de beleidsstrategieën die gehanteerd worden voor economie, infrastructuur en verstedelijking. De daaruit afgeleide beleidsdoelen zijn:

  • Ontwikkeling van nationale stedelijke netwerken en stedelijke centra;
  • Versterking van de economische kerngebieden;
  • Verbetering van de bereikbaarheid;
  • Verbetering van de leefbaarheid en sociaal-economische positie van steden;
  • Bereikbare en toegankelijke recreatievoorzieningen in en rond de steden;
  • Behoud en versterking van de variatie tussen stad en land;
  • Afstemming van verstedelijking en economie met de waterhuishouding;
  • Waarborging van milieukwaliteit en veiligheid.

Het plangebied behoort niet tot de nationale ruimtelijke hoofdstructuur. Gemeenten mogen hier samen met de provincie de gewenste ruimtelijke invulling bepalen, binnen de beleidsdoelen en –regels die het rijk stelt. De algemene basiskwaliteit is de ondergrens voor alle ruimtelijke plannen, dus datgene waar een ruimtelijk plan minimaal aan moet voldoen. De Nota Ruimte bevat hier generieke regels voor, waaraan alle betrokken partijen zijn gebonden. Op het gebied van economie, infrastructuur en verstedelijking gaat het bijvoorbeeld om het bundelingbeleid, het locatiebeleid, een goede balans tussen rode (stedelijke) en groen/ blauwe (natuur en water) functies, milieuwetgeving en veiligheid. Op het gebied van water, natuur en landschap geldt de basiskwaliteit op punten als de watertoets, functiecombinaties met water en het groen in en om de stad.

3.2.2 Nationale landschappen

Het gebied maakt deel uit van het Groene Hart en de Nieuwe Hollandse Waterlinie die in de Nota Ruimte (2006) zijn aangewezen als Nationaal Landschap. Het beleid voor de Nationale Landschappen stelt: "Landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van Nationale Landschappen moeten behouden blijven, duurzaam beheerd en waar mogelijk versterkt worden. In samenhang hiermee zal de toeristisch-recreatieve betekenis moeten toenemen. Binnen Nationale Landschappen is daarom "behoud door ontwikkeling" het uitgangspunt voor het ruimtelijk beleid.

De inrichting van het plangebied sluit goed aan op voornoemde nationale doelstellingen. Na vaststelling van de SVIR (zie paragraaf 3.2.3) vervallen de Nationale Landschappen.

3.2.3 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (ontwerp)

In de nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, aangeboden aan de Tweede Kamer op 14 juni 2011 en vastgesteld op 13 maart 2012) staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. In de Structuurvisie wordt aangegeven welke infrastructuurprojecten de komende jaren wil investeren en op welke manier de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeentes krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. De structuurvisie vervangt meerdere rijksnota's waaronder de in paragraaf 3.2.1 genoemde Nota Ruimte.

Het Rijk heeft in de nota Ruimte een selectie gemaakt van twintig Nationale landschappen. Het beleid ten aanzien van deze landschappen is niet langer een rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. De Nationale Landschappen vervallen dus met de SVIR. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een gebied met unieke cultuurhistorische waarden en wordt beschouwd als werelderfgoed. Het Rijk beschermt de werelderfgoederen door voor te schrijven dat ruimtelijke ontwikkelingen de kwaliteiten van deze werelderfgoederen moeten behouden of versterken.

Het bestemmingsplan 'Woonschepenlocatie Tull en 't Waal' is niet strijdig met hetgeen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte beoogd.

3.2.4 Huisvestingswet

Artikel 88 van de Huisvestingswet (Wet van 1 oktober 1992) bepaalt het volgende: de gemeenteraad stelt geen regels die leiden tot een algeheel verbod van het in gebruik nemen of geven van een woonschip op een ligplaats. Het wettelijk minimum is dan ook dat een gemeente minimaal 1 ligplaats heeft. Met het bestemmingsplan 'Woonschepenlocatie Tull en 't Waal' wordt aan dit minimum ruimschoots invulling aangegeven. Daarnaast dient het bestemmingsplan er ook voor om het innemen van ligplaatsen op ongewenste plekken tegen te gaan.