Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Verplaatsing Timmer- en onderhoudsbedrijf van Dort
Status: voorontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0321.0370BPBVERPLVDORT-VOOR

4.5 Archeologie

In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Monumentenwet. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat waar nodig die waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden.
 
De gemeenteraad van de gemeente Houten heeft op 4 december 2007 het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. De kern van het archeologiebeleid is de Archeologische Maatregelenkaart. Op deze kaart is te zien waar archeologisch waardevolle gebieden zijn of worden verwacht. Op de volgende afbeelding is een uitsnede van de maatregelenkaart weergegeven.
 
Uitsnede Archeologische Maatregelenkaart
 
Groenedijkje 5
Deze locatie is gelegen in een gebied met categorie 2; een gebied of terrein van archeologische waarde.
Voor een dergelijk gebied geldt dat, indien het plangebied groter is dan 100 m2 er geen bodemingrepen dieper dan 0,5 m onder maaiveld mogen worden uitgevoer zonder dat er archeologisch onderzoek is gedaan.
Met de herbestemming van de woning zijn geen bodemingrepen voorzien. Archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Wel zal een dubbelbestemming Waarde - Archeologie worden opgenomen.  
 
Beusichemseweg 30
Deze locatie is gelegen in een gebied met categorie 3; een gebied met hoge archeologische verwachting. Voor een dergelijk gebied geldt dat, indien het plangebied groter is dan 500 m2 er geen bodemingrepen dieper dan 0,5 m onder maaiveld mogen worden uitgevoerd zonder dat er archeologisch onderzoek is gedaan. Omdat op de locatie echter verschillende bodemverstorende werkzaamheden zullen worden gedaan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd1. Tijdens het verkennende booronderzoek zijn oever-, bedding- en restgeulafzettingen van de stroomgordel van Houten aangetroffen. De bodem op de onderzoekslocatie is tot 30 à 185 cm -mv vergraven; de top van de oeverafzettingen is geheel vergraven en in vier boringen zijn de oeverafzettingen tot in het beddingzand vergraven. In één boring is het bodemprofiel intact; hier is sprake van een restgeul.
 
De gemeentelijk archeoloog heeft aangegeven dan er geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Dit omdat de bedrijfshal 420 m2 beslaat en de gemeente een vrijstellingsgrens van 500 m2 hanteert. De gemeente Houten heeft aanvullende aangegeven dat voor het uitgraven van de bouwput voor de bedrijfshal archeologisch begeleiding door de Archeologische Werkgroep Leen de Keijzerwenselijk is. Voor de aanpassingen aan de vloer van het bakhuis en de sloop van de gebouwen is dezelfde begeleiding gewenst. Daarnaast dienen alle aanpassingen aan het monument te worden voorgelegd aan de monumentencommissie.