Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Verplaatsing Timmer- en onderhoudsbedrijf van Dort
Status: voorontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0321.0370BPBVERPLVDORT-VOOR

4.4 Water

Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden.
Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan.
 
Waterbeleid voor de 21e eeuw
De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:
  • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.
  • schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod.
Waterwet
Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers.
Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In de integrale watervergunning gaan zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) op in één aparte watervergunning.
 
Nationaal Waterplan
Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2009-2015 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. 
 
Beleid Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden staat de komende jaren voor een aantal vraagstukken voor het regionale waterbeheer. Het gaat dan om het voorkomen van wateroverlast, het integraal afwegen van alle functies en belangen bij het waterbeheer en het realiseren van schoon water. Deze opgaven worden voor diverse gebieden uitgewerkt in een watergebiedsplan. Voor onderhavig plangebied is het 'Watergebiedsplan Tussen Kromme Rijn en Amsterdam-Rijnkanaal' van toepassing. Met dit watergebiedplan stelt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden zich drie doelen:
  1. het vaststellen van de oppervlaktewaterpeilen;
  2. het voorkomen van wateroverlast
  3. het robuust en gezond maken van het watersysteem.
Daarbij wordt rekening gehouden met de belangen van de aan de gronden gekoppelde functies (landbouw, natuur en bebouwd gebied) en met diverse beleidsdoelstellingen. 

In het gebied worden daarbij twee knelpunten gesignaleerd.
  1. De grondwaterstanden in vrijwel het hele gebied liggen diep onder maaiveld. Dit wordt veroorzaakt door de drainerende werking van het Amsterdam Rijnkanaal. Een gevolg van dit knelpunt is dat de landbouw snel met droogteschade te maken heeft.  
  2. Het tweede knelpunt is dat het watersysteem te krappe dimensies heeft. Dit heeft gevolgen voor de waterbergingscapaciteit van het gebied. In verband met de landbouw is het wenselijk om voldoende te kunnen beregenen. Door de huidige dimensies dient daarvoor het waterpeil hoog opgezet te worden. Dit leidt tot overlast.
Het watergebiedsplan streeft naar een situatie waarin de bestaande slotenstructuur robuuster wordt gemaakt middels het verbreden van watergang en het aanpassen van kunstwerken. Daarbij stelt het plan een aantal nieuwe hoofdwatergangen voor. Het gaat hier om het nieuw graven van hoofdwatergangen en de 'upgrading' van tertaire wateren naar hoofdwatergang. Deze watergangen zijn van essentieel belang voor het watersysteem en de waterafvoer en krijgen daarom de status hoofdwatergang.       
 
Watertoets
De ‘watertoets’ is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In het kader van het artikel 3.1.1 Bro overleg zal het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden om een reactie op het plan worden gevraagd.
 
Planspecifiek Groenedijkje 5
Met de verplaatsing van het Timmer- en onderhoudsbedrijf wordt alle aanwezige bedrijfsbebouwing gesloopt. Daarnaast gaan met de herbestemming van de woning geen bouwwerkzaamheden gemoeid. Er is daardoor sprake van een afname in verharding. Compenserende maatregelen zijn derhalve niet vereist.
     
Planspecifiek Beusichemseweg 30
Zoals in hoofdstuk 2.2 reeds aangegeven zal een deel van de bedrijfsbebouwing gesloopt worden. Het te slopen oppervlak bedraagt circa 200 m2. In plaats van de te slopen bedrijfsbebouwing zal een nieuwe bedrijfshal van ca. 420 m2 worden gebouwd. Per saldo zal de verharding op deze locatie toenemen met circa 220 m2. Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden schrijft in haar beleid voor dat bij een toename van verharding in het landelijk gebied van meer dan 1000 m2, compensatie in de vorm van open water vereist is. Omdat voor deze locatie slechts sprake is van een toename van 220 m2 zijn compenserende maatregelen niet vereist.
 
Voor wat betreft de waterafvoer van de nieuwe bebouwing wordt het hemelwater afgekoppeld en het vuilwater via het riool afgevoerd.